Huseyin Sahin

Huseyin Sahin
(1961 Malatya, Turkije) woont op dit moment in Ankara. In 1978 is hij door politieke activiteiten gearresteerd en heeft veertien jaar in de gevangenis gezeten. Drie van zijn gedichtenbundels zijn in Turkije gepubliceerd: Kendi Yuregine Yaslan, Mavi Bir Leke, Suda Bir Kalem.

Hij heeft twee prijzen gewonnen, waaronder een van de mensenrechten vereniging in Turkije en van de vakbond Petrol IS.

 

De tijd was een gewonde vogel


Het waren de eerste dagen in mijn kerker
Het dons op mijn kin was nog niet volgroeid
De tijd was een gewonde vogel
Een terechtstelling waarvoor geen bevel gegeven was
Ik was gekrenkt
Mijn nachten hadden dolken in de handen
En ’s nachts was mijn hoofd een koffiehuis zonder aanloop
vol jaren

(Uit Hüseyin _ahin, Een blauwe vlek)


De slapeloze regen op mijn huid


Je bent nu voor de eerste keer gegaan
Op het meest dromerige moment van de dag
Ik heb alle dingen met mijn oogbal omvat
Terwijl op het oudste vasteland de beste kinderen stierven
Op mijn huid het door mij zo moeizaamgeleerde
Gebed van slapeloze regen
Iedere trap die ik opga
Is ballingschap, aankomst op verlepte pleinen
Ik ben een verroeste hemel geworden
Ik ruik met verlangen
De geur van een vaas bloemen, en alles wat ik liefheb
Verandert van houding

Misschien ga ik er vandaag nog wel vandoor
En verbreek zo al mijn contacten, ik kan er niets aan doen
In al mijn gedichten zit het droombeeld van een venster
Jouw verdroogde viooltjes
Mijn overhemd, verbleekt onder de septemberlucht
En jouw vermagerde schommels (in de stem van een tulp

Ik heb wat oude dingen achtergelaten
Aan het einde van alle spelletjes
Nu resten mijn woorden nog slechts de verkeerde sterfgevallen
Ik ben de nabije gedichten vergeten
En ben mijlen ver weg van al mijn jaren

Mijn rimpels nemen toe, wat ik ook doe
Een onterecht verdriet knaagde
En vrat mijn hart weg uit mijn borst
Dit is een schets van alles achterlaten en weggaan
Ik zie mij vanbinnen bij elke deur die ik doorga
Op zijn gelaat schemert een dode
Door zwarte dagen geschreven
Als dit zo doorgaat zal ik een schaduwloze,
Gebroken man worden
(Uit Hüseyin _ahin, Een pen in het water)


Leven moet de mens


Nog een noordoostenwind is gaan liggen
Het geluid van het klokkenspel is er met een droom vandoor gegaan
Een groeiend mens achterna
De knoop der geschiedenis is losgemaakt, het zwembad
Werd gevuld met zulke ogenblikken, en maakte het licht
Van onbetreden plaatsen nat
Leven moet de mens, de lawine komt door een spiegel heen
In het water terecht, de zomerzoenen
Blijven achter in de jeugd, wanneer kleuren uitgewist worden
Alles is mogelijk, afgezien van dat wat wij beleefd hebben
Een onvergelijkelijke pijn vanaf onze eerste dag
Askleurige stukjes op onze deuren
Wij weten niet waar het licht morgen zijn zal
De rimpels op de verbrande huid van de schriften
De pijn in mijn wangen rekt zich uit,
Met de vuilnisontwerpen, gedragen door vogels
De een wordt gods broeder voor de ander
Zijn ogen rollen eruit op de stenen, aan de telefoon
Berispen ze hem, de stem van een man vat hem in de kraag
De taankleurige kinderen die aan de olijfboom schudden in de achtertuin
En zich wentelen in het zand
Fluiten naar de wereld, op een berghelling
Verblijven hun voorhoofden, hun handen vreselijk oud
In hun handen de flessen met briefjes
Geworpen door stervende zeelieden
Niemand kent het, maar ik weet het
Veel heb ik geschreven met de rug tegen kokende muren
Aan het verhaal van dat meisje
Dat de zon als een stempel naar mijn hart trekt
Moeizaam heb ik het gelezen in de koelte voor het venster
Mijn gezicht is erg verouderd, hangend aan de vitrage
Terwijl het mijn voorhoofd blijkt te zijn dat zich verzette en dat
De door jou nooit gezoende viooltjes van het platteland geliefd maakte.
(Uit Hüseyin _ahin, Een pen in het water)