Mehmet Çetin

 

Mehmet Çetin (1955) was, naast het schrijven van gedichten en korte verhalen, betrokken bij theaterproducties. In 1989 werd Çetin onderscheiden met de Enver Gökçe-prijs, in 1997 met een dichtersprijs op het Wereld Poëziefestival in Rotterdam en in 1989 door het dagblad Günes met een prijs hem een prijs voor het verhaal.

Çetin publiceerde zeven bundels met gedichten en korte verhalen. Hij schrijft in het Turks en in Kurmançi.

 

 

tek çocugumdu kalbim
 
üzgün bir tarih girdi aram¦za
gül agac¦n¦n k¦r¦k bir dal¦ alt¦nda
k¦r¦k kemanlar sat¦yor simdi
kalbimdi
s¦rs¦z bir aynaya dokunurca uzat¦n
daha uzat¦n parmaklar¦n¦z¦ efendim
bak¦n: konuk odas¦yd¦ suras¦
aç¦kt¦: gelip kalan¦ oldu kimi an
severken inciteni oldu: egilip bak¦n
kalbimden sözettim efendim ki bir konakt¦
art¦k harapt¦ ama uzay¦p giden serüvende
ayaklar¦m ordan kanay¦p geldi efendim
yagmur yagsa bile yas görmezdi art¦k
yakamdan atamazd¦m efendim:
kalbimdi
kalmad¦ cesareti sereserpe bir korkakt¦
ama bir kahraman gibi sözettik kimi an
kalbim ki korkard¦ oysa: kendinden
kaçand¦: çocuk eskisi bir yaland¦
çok yaraland¦ kus¸kusuz
tek çocugumdu kalbim kötü ettik efendim
tek çocugumdu kalbim:
ne yak¦s¸¦kl¦ ne de gencecikti art¦k
durmadan sürdü kendisini as¸k öykülerine
ööykündü: cesetler b¦rak¦p giden bir s¸¦mar¦k
ars¦z kiminde: akrepligši tutan bir ac¦mas¦zd¦
ard¦s¦ra al¦p her ç¦gšl¦gša sererdi yatagš¦n¦
kalbimdi
k¦r¦k kemanlar sat¦yor s¸imdi
göl agšac¦n¦n k¦r¦k bir dal¦ alt¦nda
kalbimdi egšlencenizde çalg¦c¦lara sunulan
yoksul bir s¸ark¦ olmazd¦ önceki hayat¦nda
s¦cakt¦: jazz gibi yak¦s¸¦rd¦ her yang¦na
ama as¸k ve aldan¦s¸ yaln¦zl¦gš¦nda
kül say¦ld¦kça her rüzgara savrulan
duyulmad¦kça dagšlarda kanayan s¸ark¦s¦
orda sustu efendim kendisine yak¦s¸t¦: kalbimdi
kalbimdi kendi yang¦n¦na yak¦s¸t¦
kalbimdi k¦r¦k kemanlar sat¦yor s¸imdi
ayr¦l¦k s¸ark¦lar¦n¦n en dokunakl¦ yerine
tek çocugšumdu kalbim kötü ettik efendim
 

hij was mijn enig kind, mijn hart
 
 
een droeve geschiedenis is tussen ons gekomen
onder de gebroken tak van een rozenboom
verkoopt hij nu gebroken violen
hij was mijn hart
strek ze uit alsof u een geheimloze spiegel aanraakt
strek uw vingers verder uit meneer
kijk: dit hier was een gastenkamer
hij was open: soms hebben er bezoekers overnacht
er is hier mensen pijn gedaan bij het liefhebben: buig en kijk
ik had het over mijn hart meneer, dat een villa was
het was nog slechts een ruïne maar in dit voortgaande avontuur
zijn mijn voeten bloedend daarvandaan gekomen meneer
zelfs als het regende zag hij geen vocht meer
ik kon hem niet van me afschudden meneer:
hij was mijn hart
hij had geen moed meer, hij was een onverholen angsthaas
maar soms hebben we gesproken als een held
het was echter mijn hart dat bang was: van zichzelf
hij vluchtte: hij was een leugen van halfvergane jeugd
hij is zonder twijfel erg gewond geraakt
hij was mijn enig kind, mijn hart, we hebben ons vergist meneer
hij was mijn enig kind, mijn hart:
hij was noch knap meer, noch piepjong
voortdurend begaf hij zich in liefdesverhalen
het was jouw verhaal: een ijdele man die over lijken gaat
onverschillig ook soms: een nietsontziende schorpioen
hij nam zijn bed op zijn schouder en spreidde het uit op elke schreeuw
hij was mijn hart
gebroken violen verkoopt hij nu
onder de gebroken tak van een merenboom
het was mijn hart dat op uw feesten aan de muzikanten aangeboden werd
in zijn vorig leven zal hij vast geen arm lied geweest zijn
warm was hij: hij paste als jazz bij ieder vuur
maar toen zijn lied in de eenzaamheid van liefde en bedrogen worden
als as gerekend werd en meegevoerd met elke wind
en bloedend op de bergen niet gehoord werd
toen zweeg hij meneer, en paste bij zichzelf: hij was mijn hart
hij was mijn hart, hij paste bij zijn eigen vuur
hij was mijn hart, gebroken violen verkoopt hij nu
aan de meest gevoelige plaatsen van liedjes over gescheiden zijn
hij was mijn enig kind, mijn hart, we hebben ons vergist meneer


(vertaling: Maarten Korpershoek)

 

muhtemel siir

¦sl¦g¦na küskün bir rüzgar¦m belki ben
balt¦k denizinde bat¦k bir silepte susan
ugultulu ve uzun bir yaln¦zl¦kken simdi
ve baska dillere unutulmus mülteciyken
muhtemelen kekeme bir çocuk olacag¦m
sonra, geceye küskün o uykuyum ben
avlular keskin bir daragac¦ kokusuyken
kabus olup s¦z¦yor rüyama çünkü devlet
ay ve su sesinden baskas¦ geçmesin diye
muhtemelen darac¦k bir sokak olacag¦m
bir de, k¦n¦na küskün hançerim ben
s¦nad¦m onu ateste agu ve ütopya ile
k¦rk yerden kopan solucanken ömrüm
anlad¦m gündüzüne almaz beni istanbul
muhtemelen amsterdam'a kanal olacag¦m
sonra, yatag¦na küskün ¦rmag¦m ben
kendime ak¦yorum o her bir bal¦k için
agz¦mda tas¦rken kay¦plar¦m¦n ç¦gl¦g¦n¦
ve dal¦n¦zdan düsen ilk yaprak olacakken
ben, duymak istemediklerinizi yazacag¦m
ki az sonra muhtemelen s¦rf küfür olacag¦m

 

een mogelijk gedicht
 
misschien ben ik de wind in onmin met zijn gefluit
zwijgend op een gezonken vrachtschip in de baltische zee
waar ik nu een ruisende en lange eenzaamheid ben
en een vluchteling vergeten in andere talen
word mogelijk een stotterend kind
dan ben ik misschien de slaap in onmin met de nacht
de binnenplaatsen vol van de scherpe geur van galgen
sluipt de staat als een nachtmerrie mijn dromen binnen
om niemand door te laten behalve het geluid van water en maan
word ik mogelijk een nauwe straat
of ben ik misschien een dolk in onmin met zijn schede
ik beproefde hem met vuur en venijn en utopie
nu mijn leven een worm is, verdeeld in veertig stukken
begrijp ik dat istanbul mijn zijn dag niet binnen laat
mogelijk word ik een gracht in amsterdam
dan ben ik misschien een rivier in onmin met haar bedding
ik stroom naar mezelf, voor elk van jullie vissen
in mijn mond draag ik de schreeuwen van de vermisten
en als eerste blad dat valt van jullie tak
zal ik schrijven wat jullie niet willen horen
mogelijk ben ik een vloek zo meteen


(Vertaling: Cees Priem)

 

rüzgar ve gül iklimi
 
hay¦r, görmedik duymad¦k bilmedik demeyin sak¦n
yalan olur, hepimizindi o sürmanset ölüm günleri
ve rüzgar
bu rüzgar ölüm dag¦t¦rken ülkenize, kül ve kan
ölürken görmediniz mi beni kimsesiz gömülürken 
aray¦n beni, zindankap¦ bilmediginiz yer degil
kanl¦ cesedini yitirmis mezar olmas¦n kalbimiz
yar¦gece enselerinde namlularla götürülenler
sokag¦n¦zdan degiller miydi kentinizden sizin
duymad¦n¦z m¦ onca kan sesini onca ölü ülkeniz
yalan olur
görmedik duymad¦k bilmedik demeyin sak¦n
bu ülke bir uçtan bir uca eylül?

ken ölüm ve rüzgar
sizin de ölümünüzdü bu, yasamak degil
akmazsa hükümsüzdür ¦rmak tarihsizdir ömür
sever mi ?

görmeyen konusmayan düsünmeyen hayat?
sizdiniz ve ay¦plamak degil benimki sadece sormak
beyni kald¦r¦ma dökülen cihan nas¦l öldü o can
sunca y¦l bir kelebek niye konmad¦ saçlar¦n¦za
ay¦plamak düsmez bana ki sormal¦ sizden
bir de siz anlat¦n, dinlerim ve aç¦klay¦n nas¦l?
tam kursuna dizilirken kurtar¦ls¦n partizan?
...
gelir gün degisir rüzgar ülkem olur gül iklimi
sahipleri tarih yazan gül yürekler iner dagdan

 

de roos

in het hart van de herfstde vergeten nacht aan de kant van de weg
de vergeten maan: tule aan de olijfboom
ik keerde terug van de wegen waar ik langskwam
passeerde vermagerd de nacht die ik noemde van laurier
maar niet van liefde: zijn schaduw was van zijde
en terwijl het nog mogelijk was waste hij zich weer
in de rivier in het stromen dat niet-
mogelijk is: men beleeft dezelfde liefde niet, nog eens
de vergeten bekentenis aan de kant van de weg
het vergeten woord: as in de naakte lettergreep
terwijl hij zijn paard voortdrijft op weg naar het herfsthart
was het de wind die de tak van de liefde brak zegt
de vogel die in elke wond zijn vleugel vergeet
wacht treurige herfst: wacht op mijn verbranding
de winter is immers voorbij die berg steen lente gingen voorbij
ook de zomer gaat voorbij zegt hij en verbrandt de laatste wateren
hij zal terugkeren wacht herfst op mijn as
terugkerend van de wegen waar ik langskwam broodmager
uit de droom in die nauwe straat van het leven
verdedigt hij zich zolang hij zonder paniek en trots
een chrysant vindt herinnerde ik mij plotseling in de deur
die naar de herfst geopend wordt en was wat ik zei: uit de nacht komend
keerde ik van de wegen waar ik vermagerd langskwam:
het vergeten leven aan de kant van de weg
de vergeten liefde: de roos in het hart van de herfst


Uit de bundel: kekemece [gestotter]
Vertalingen: Sytske Sotemann

 

triest


ongelukkig zijn de vrouwen van balkons met bloemen
ik ben triest vanwege het ongeluk lieveling
het niet kan zeggen fresia
zwijg en kijk hortensia
triest omdat ik je tot last ben
om het aardoppervlak waarop mijn schaduw valt
de rivier waarin ik stroom, en druppel
om de zon waaraan ik mijn voorhoofd warm
het water waarvan ik voorovergebogen drink
triest om de steen ik stuksloeg op mijn hoofd
de elektriciteit die mijn lichaam verscheurde
de falaka waaraan ik mijn schreeuw opdroeg
mijn hart dat liefhad, ahh
triest om mijn woede scherp als een geslepen mes
omdat ik mij in mijzelf keer als een manifest in zichzelf
lieve jij: werkelijk. mooi ben jij
maar ben jij nog mooier vanwege mijn trieste gezicht
het verdriet op mij gezicht als van een jongen die je kwetste
jouw gezicht dat in mijn gezicht steeds kinderlijker wordt
triest om mijn schreeuw waarmee ik uit iedere nachtmerrie de dag begroet
is het omdat de geplunderde straten van het oude pera
me aan jullie doen denken
als ik zie hoe de politie zijn slagen laat neerkomen
op het gezicht van een lijmsnuivend kind. ik verdwaasd gadesla
ik ben triest
zij waren het die vogels die mijn lied stalen
het meenamen mij bedrogen mijn hart riepen
naar hun tak. als bergbewoners raakte ik in hun val
gefluister zwijgt nog voor het schreeuw wordt: triest
 
ik ben triest: mijn leugen paste niet beschermde me niet
omdat ik midden in mijn moord ben blijven steken
ik ben triest omdat het bloed aan mij kleeft
omdat ik niet weg kon gaan en niet mee kon nemen
omdat ik je naam in een servet prevelde misschien
omdat er zelfs geen dag was dat ik mijn arm kon opheffen
omdat ik niet kon dansen en mijn tong niet roeren kon
ik ben triest omdat ik je tot last ben
je dit keer te vroeg voor het ontbijt heb gewekt
ongelukkkig zijn de mannen van balkons zonder bloemen

(Vertaling: Cees Priem)
 

 

De wind


naar de amazone zo je wilt voeg me bij het bos
lijf me in bij het maanvolk op de verste kust
neem me op in het geluid van de kikker met zijn
waterogen in het geruis van het regenwoud en voeg
me toe aan een bericht in de krant over moord, dood me
jaag mij in het leven van een sprookjesverteller verbeeld mij
laat mij groeien met de naar regen geurende aarde
jaag me op naar het ochtendgrauwen van seringengeur
maak mij tot slachtoffer van mijn arme broeder
de indiaan wiens pijl uit zijn boog tevoorschijn schiet
vergeet het water in mijn schaduw en laat de vogel slapen
wens lange tochten voor de reiziger van de wind
wens de herfst dat hij niet gekrenkt verbleekt in zomergeel
verjaag mij uit het fluiten van de gekrenkte wind jaag me weg
verjaag mij uit het fluiten van de gekrenkte wind
jaag me bij deze liefde bij dit volk vandaan jaag me weg
volg mijn stem ook al is hij gebroken
van elk van mijn verbanningen is er een lied
al is het gestotter jaag mij naar mijn woord
verjaag me naar het fluiten van de gekrenkte wind jaag me op

uit de bundel: kekemece [gestotter]
Vertalingen: Sytske Sotemann

 

lied over een fresia in de regen


ik kom van zover als waar men zonder land is
met een als liefde te late muziek van de nacht
van verre sferen
was het daar dat zij naar de geur van de zon trok
ÈÈn fresia maar: van verre kenden we elkaar
was het plotseling of wat later: een enkeling van ons
verwelkte en stond te sterven
was het nursel wie weet wat haar naam was
die wordt vergeten
toen zij stierf, vormde zich een vlinder in haar hart
had de berg verdriet van een gebroken tak
haar stem die zich vermengde met het geraas van de rivier
wordt als zelfmoord barre eenzaamheid
als op dat ogenblik een fresia verwelkte
ben ik eenzaam: je bent eenzaam als de maan
de mens, hoe hij nog niet stierf: wordt vergeten
er ontstaat een verre muziek van de nacht
het te late lied van de vergetene: zo gebeurt het
ieder lied wordt heus vergeten
maar als het regent en als die zon
opgaat is er altijd iemand die zegt "hier ben ik"
tegen het hart van een van ons: tegen haar dood
voldoet vergeten niet
vergeten voldoet niet
van dat lied over een fresia die sterf in de regen


Uit de bundel: hatiradir yak bu fotografi (het is herinnering verbrand dit foto)
Vertalingen: Sytske Sotemann

 

nietwaar, vader

Zoals ik weetdat mij een plekje toebehoort
Zoals een zwarte steen, een dorre boom
Zo zonder mens ben ik op deze sombere wereld
Waarom moet ik dolen als een donkere wolk
Zo zwijgend zo kirmanc en zo verwaald
of als de dwaze zoon van qeremani mirzai
waarom loop ik als de dwaze zoon van qeremani
zo mokkend en gekwetst in deze ingestorte wereld
in godsnaam laat iemand zeggen wie er gek is
en wie onze beschermheilige, wie onze stamvader
waarom krimpt mijn hart ineen van pijn
wie moet de wind in deze wereld dankbaar zijn
waarom lieten ze me in de steek als een gebrek
ik ben als een donkere wolk, nietwaar, vader
smekend om de zoon van dat verbrande dorp
geen vlag heb ik noch land in godsnaam
raak me niet aan, ik wil niet, tegen mezelf
praat ik als een schaduw, waai ik als een wind
ik weet dat ik een plekje heb, nietwaar, vader
als een oude ruÔne in deze sombere wereld
maar waarom moet ik zo dolen
als een donkere wolk
het moet ophouden, nietwaar, vader
ik moet niet meer zo schreeuwen
als een gewonde, als de gekken van dersim
vaarwel zeggen, het hart meenemen
als het gekras van kraaien vertrekken
mijn stem, wolk in de wind van deze wereld
in de wind van deze wereld ben ik
als een donkere wolk, nietwaar
nietwaar vader: ik ben een donkere wolk, nietwaar…

estamol, september 1996
vertaling: muslum polat
redactie: sytske sotemann I.s.m nesan erdogan