Nesan Erdogan


(1964) Elazig-Turkije. Sinds 1985 woont hij in Nederland. Erdogan schrijft zijn gedichten in het Turks. Sommige gedichten waaronder ' Raar gedicht' en 'De woorden van het liedje' , zijn in het Nederlands vertaald. Erdogan werd in het April van vorige jaar uitgeroepen tot winnar va de poëzieprijs van het Turks- Nederlands Poeziefestival 2001. Erdogan gedichten werden gepubliceerd in verschillende literaire tijdschriften in Turkije en in Nederland.


Vertaling: Sytske Sötemann


STENEN VAN LICHT

woorden bezorgen ons zelf hun oorsprong
hun afstamming, de geschiedenis, hun windstreek
gewist op de landkaart en uit ons geheugen
stenen van licht, door sterren
gestuurd, die van verre
onze nacht invallen en verlichten
elke geschreven regel en naar het lijkt
elk liedje elk sprookje elk verhaal
is in tegenspraak met wat zij zagen
zij die in marmer zijn uitgehouwen
en zelfs de met trots beschreven tabletten
van in geestdrift behaalde gruwelijke overwinningen

 

EKSTERS EN RINGEN IN JE STEM

jouw stem is een donker water, waarin
zilveren spiegels
boten met gehesen zeilen, de belofte
van verre eilanden
je stem is de dood die ik vergeef, de klok
aan de hals van een kruis
naar de stad loopt een woestijn, straten
herinneren zich niet zichzelf
in je stem worden zonen overhoop gestoken,
en huilen alle moeders
je stem is het Noodlottige Oosten, dat iedere ochtend
door haar eigen zon verlaten wordt,
en huilt...
de herfst, die elk klimaat krenkt dat ze aanraakt
de nog altijd niet getekende vorm van een landkaart, of
die van daarvoor,
de voor altijd ontekenbare...
stemhebbende letters die de stemloze
tot elkaar brengen
in je stem hebben kenners hun tent opgezet, verhuist
de tijd naar nu
en onteindigt zich daar....
slingeren kwartskristallen rond, doordringen
het lichaam van een sjamaan, brengen hem in extase...
hij is de vlam die de aarde wil ontvluchten, je stem
een hoer
de opstand die de nederlaag lijdt
eksters en zilveren ringen in je stem

 

OM SCHADUW TE WERPEN


-fragment-
alles zit in zijn naam gevangen, reizen
beginnen daar, ginds, waar namen eindigen
op die oneindige plek, voorwerpen
verhuizen wankelend naar de droom...
naar de Volgende, terwijl muziek
de vormen ontkent...
razende zwaarden die op elkaar lijken
vonken die vlammend
in het rond vliegen
die besloten liggen in het hart van staal
alsof ze zich zo verheugen in het bevrijden van zichzelf
wolken huilen altijd dezelfde spijt, de tijd,
en rivieren ontspringen altijd aan hetzelfde ongeluk:
de tijd is de Ander, "Ik ben Orestes!"
als ik zonder hem
verdwijn,
de hymne...
was het de eerste hymne die tot opstand aanspoorde
was het de eerste opstandeling die het eerste lied zongen de muziek, die de ander zoekt,
dat is de stem, en de stem
is Iemand, bekend...
het koor is Niemand, van wie de afwezigheid
door een enkele tegenstem wordt bevestigd...
mij schrikt de stilte altijd af!het lege schrift vermeerdert de woorden
gefladder geflodder geflaneer
dromen denken daden tochten
goden gezangen geloven
alles tot behoud, op de bladzij...
botsend, barstend... en geschiedenis
dat duistere geheugen, naarmate het helderder wordt
herinnert men zich de toekomst, Vandaag
is daarom
naarmate het dooft en donkert, zichzelf... wat rest er
van verbrande steden?
-nee zelfs niet de as
die wordt verspreid-
Sinacherib! die Babylon verwoestte!
op een stenen tafel bleef je naam
behouden!
meervoudige lampen vermeerderen mijn schaduwen
welke ik ook doof
halverwege haperen de andere
meervoudige lampen vermeerderen mijn schaduwen, dan
ben ik er:
om schaduw te werpen!
enkelvoudige duisternis verlicht mijn dromen:
ogen zullen gesloten zijn, kleuren
zijn open en helder, blijkbaar zwijgen
woorden hardop, daarom
hoort u ze, voorwerpen
staan misplaatst op hun plaats, blijkbaar
vallen dimensies samen, eindigen vragen
in de leegte van antwoorden, lossen
tegenstellingen op in dezelfde rivier,
een tijdloze rivier,
de begeerde Eenheid?..

 

OOK VUUR VERBRANDT

Op een kreet ontwaakte de duisternis:
de wijze plataan op de oever stond in lichterlaaie
de rivier had haar loop gestaakt, verbeeldde rode dromen
bronstige roodbruine paarden, stoeiend in het water
wierpen hun windmanen over de bergen
hij zag dat alles gereed was voor een gedicht
maar
om de avond van een wijs woord te voorzien
zei hij:
"De dans van vuur en boom wint de eerste!"
zat neer en zag het aan -
vlammen kleurden zich met bloed van de boom
de boom liet rode zwanen opvliegen uit zijn fluit
met de boom putten de vlammen zich uit
hij zag dat alles naadloos paste in een gedicht
maar
"Mijn God" riep hij uit, "wat een verschrikkelijk misverstand!"
en om deze uitzonderlijke avond niet te beschamen
zei hij:
"De dans van vuur en boom verliezen zij beide: winnaar is de as!"
en ging heen -
hij besefte dat in de nacht alsnog een wijs woord gevallen was
maar
toen de nacht zijn vleugels opsloeg naar de morgen
had hij niet beseft
wat er met de koele ochtendbries was opgestoven
nee, geen as!

 


RAAR GEDICHT


eigenlijk zijn er geen rare dingen
alles is raar, papier
en pen en de vrucht van hun liefde
zijn raar, woorden
die mij gevangen houden
met beelden van vrijheid raar,
de betoverende schittering van dansende messen
is raar, aarde
die almaar blijft toezien als aarde
raar, de woorden vlinder
vreugde roos verbittering
keurig op een rij
raar, dichters
die wensen te spreken
doodsbang dat men ze begrijpt raar,
de woorden die zichzelf op afstand houden
zijn raar, licht dat het donker dieper maakt
raar
Aziaten en Afrikanen zijn raar
(zoals bekend) en het rare
van Europeanen die hen mijden als iets heel raars
is raar
mijn buurman, die elke dag met dezelfde ernst
en das naar zijn werk gaat en terugkeert
en dat ik van zijn verhaal geen enkel ander woord ken
raar, om een mij nog onbekende reden, het diepe geheim
dat wij bewaren en onthullen willen
is raar, de geliefde
die nooit werkelijk bestaat
is raar,
de eindigheid van de afstand tussen een ster
en elke andere ster in de oneindigheid
is raar, mijn gedichten
en mijn gevoel van berouw erover
zijn raar, het leven
dat we verdragen door te vergeten
is raar, en daar,
waar we alleen heengaan door te leven
die een einde maakt aan alle rariteiten
die beroofd is van alle deugden, en dus
de enige is die niet raar kan heten
de dood
is juist daarom
raar en
juist daarom is er niets
raars
is alles raar

 

 

 

ISIK TASLARI


baslang¦c¦n¦ kendiyle tas¦yor kelimeler
uyrugunu, tarihi, yurdunu
haritalar¦n yoksay¦p unutturdugu bize
¦s¦k taslar¦, y¦ld¦zlar¦n
gönderdigi çok uzaktan
düsüp de ayd¦nlatan gecemize
yaz¦lan her sat¦r ve sanki
her türkü her masal her öykü
bir itirazd¦r gördüklerine
mermer tas¦na kaz¦nanlar
ve coskuyla kazan¦lm¦s korkunç zaferlerin
övünçle yaz¦lm¦s kitabeleri bile

 

SESiNDE SAKSAGANLAR YÜZÜKLER

sesin karanl¦k bir sudur senin, içinde
gümüs aynalar
gemiler yelken açm¦st¦r, adag¦nda
uzak adalar
sesin bag¦slad¦g¦m olumdur, bir haç'¦n
boynuna as¦l¦ kampana
bir çöl yürüyor sehre, kendini
hat¦rlam¦yor sokaklar
sesinde genç ogullar b¦çaklan¦yor, agl¦yor
iste bütün anneler
sesin Yaz¦kdogu'dur, terkedilen
kendi günesince her sabah
aglayan...
güzdür, desdigi her iklimi ac¦tan
bir haritan¦n henüz çizilmemis, ya da
ondan da önceki,
bir haritan¦n hiç çizilemeyecek olan hali...
sesli harfler, sessizleri
birbirine kavusturan
sesinde biliciler otag kurmus, simdiye
tas¦n¦yor
ve onda sonsuzlas¦yor zaman...
kuvars kristalleri saç¦l¦yor, esriyip gidiyor
sapland¦kça bedenine bir saman...
yeryüzünden kaçmak isteyen alevdir, sesin
bir fahise
yenilgiyi yeden isyan
sesinde saksaganlar gümüs yüzükler

 

GÖLGE ETMEK iÇiN


-fragman-

ad¦n¦n tutsakl¦g¦nda hersey, yolculuklar
orada basl¦yor, ötede, adlar¦n bittigi
o bitimsiz yerde, nesneler
düsekalka düsekalka düse...
ötekine tas¦nmakta, müzik
yads¦yarak biçimleri...
k¦zg¦n k¦l¦çlardan birbirine benzeyen
k¦v¦lc¦mlar tutusup kaçan
¦s¦k parçalar¦ hani
çeligin kalbinde yatan
öylece kurtulma sevinci kendinden sanki
hep ayn¦ pismanl¦g¦ agl¦yor bulutlar, zaman,
ve hep ayn¦ mutsuzluk baslat¦yor nehirleri:
zaman öteki'dir, "Ben Orestes'im!"
o'nsuz
eksiliyorsam,
ag¦t...
ilk ag¦t m¦yd¦ ilk isyan¦ baslatan
ilk isyanc¦ m¦yd¦ ilk türküyü söyleyen
ve müzik, arayan ötekini,
sestir o , ve ses
biri'dir, bilinen...
koro hiçkimse'dir, birtek ayk¦r¦ sesle
yoklugu kesinlenen...
beni hep sessizlik ürkütmüstür!
bos defter çogalt¦yor sözcükleri:
ç¦rp¦n¦s ç¦lg¦nl¦k ç¦gl¦k
düsler düsünceler dövüsler göçler
tanr¦lar türküler tutkular
tutunmak için sayfada hepsi...
çat¦sk¦, çatlak... ve tarih
o karanl¦k bellek, ayd¦nland¦kça
hat¦rlan¦yor gelecek, Bugün
buyüzden
söndürüp karartt¦kça, kendini...
yak¦lan kentlerden
nedir ki geriye kalan?
-hay¦r o bile degil
kül savrulur-
Sinacherib! Babil'i y¦kan!
bir yaz¦tta kald¦ ad¦n
korunan!
çogul lambalar çogalt¦yor gölgelerimi
hangisini söndürsem
yar¦m kal¦yor digerleri
çogul lambalar çogalt¦yor gölgelerimi, öyleyse
ben var¦m:
gölge etmek için!
tekil karanl¦k ayd¦nlat¦yor düslerimi:
gözler kapal¦ olacakt¦r, renkler
aç¦k seçiktir, sözcükler susmustur
yüksek seslerle, buyüzden
duymaktas¦n¦z onlar¦, nesneler
yersiz yerindedirler, ebatlar
esitlenmistir, sorular bitmistir
yoklugunda cevaplar¦n, tezatlar
ayn¦ nehir içinde erimistir,
zamans¦z bir nehir,
özlenen Birlik?..

 

ATES DE YANIYORDU

bir ç¦gl¦ga uyand¦ karanl¦k
k¦y¦daki bilge ç¦naragac¦ tutusmus yan¦yordu
durmustu nehir k¦z¦l düsler kuruyordu
suda yekinen deli doru atlar¦n
rüzgar yelesini daglara savuruyordu
o herseyin bir siiri haz¦rlad¦g¦n¦ görüyordu
ama
kadim bir söz katmak için aksama
"ates ve agac¦n dans¦n¦ ilki kazan¦r!"
dedi, ve seyre oturdu...
alevler agac¦n kan¦yla renkleniyordu
agaç kaval¦ndan k¦z¦l kugular uçuruyordu
alevler agaçla kendini tüketiyordu
o herseyin bir siire t¦pat¦p uydugunu görüyordu
ama
"Tanr¦m" dedi ç¦gl¦k içre, "bu ne müthis yan¦lsama!"
ve mahcup kalmamak için bu müstesna aksama
"ates ve agac¦n dans¦n¦ herikisi kaybeder:kazanan küldür!"
dedi, ve çekilip gitti...
o sonuçta geceye bir bilge söz düstügünü farketmisti
ama
gecenin kanatlar¦n¦ açt¦g¦nda sabaha
seherin serin esintisiyle savrulan seyin
ne oldugunu farketmemisti
hay¦r, kül degil!

 

 

TUHAF SEYLER


tuhaf seyler yoktur asl¦nda
hersey tuhaft¦r, kag¦t
ve kalem ve meyvaç asklar¦
tuhaft¦r, özgürlük
imgesiyle beni tutsak eden
sözcükler tuhaf,
danseden b¦çaklar¦n büyüleyen par¦lt¦s¦
tuhaft¦r, yer
hep yer gibi bak¦p duran
tuhaf, kelebek
sevinç gül ve ac¦
yanyana duran sözcükler dizini
tuhaft¦r, anlatmak isterken
anlas¦lmaktan ödü kopan
sairler tuhaf,
kelimelerin kendinden uzak durmalar¦
tuhaft¦r, ¦s¦k, karanl¦g¦ çogaltan
tuhaf
Asyal¦lar ve Afrikal¦lar -bilinir-
tuhaft¦rlar ve tuhafl¦k
çok tuhaf birseymis gibi
onlar¦ yad¦rgayan Bat¦l¦lar
tuhaf
komsum, hergün ayn¦ ciddiyet
ve kravatla ise gidip gelen
ve öyküsüne dair baska tek söz bilmedigim
tuhaft¦r, henüz bilmedigim bir sebeple, s¦r
s¦ms¦k¦ saklad¦g¦m¦z kurtulmak isterken
tuhaft¦r, sevgili
asla gerçek olmayan
tuhaft¦r,
sonsuzluk içinde bir y¦ld¦zla
öteki her y¦ld¦z aras¦ndaki uzakl¦g¦n
sonlu olmas¦
tuhaft¦r, siirlerim
ve duydugum pismanl¦k herbirinden
tuhaft¦r, yasam
unutmakla katlan¦lan
tuhaft¦r, ve
orada, yasanarak gidilebilen yerde
bütün tuhafl¦klara sonverecek olan
bütün meziyetlerden yoksun buyüzden
tuhaf bile denemeyecek tek sey
ölüm
buyüzden iste
tuhaft¦r ve
buyüzden iste tuhaf seyler
yoktur
hersey tuhaft¦r